Hoe het allemaal begon

VROEGER

Sinds ik me kan herinneren, eigenlijk sinds ik kon praten heb ik een enorm spraakgebrek. Ik ben geboren met een hazenlip en een open gehemelte waardoor ik mezelf niet goed verstaanbaar kan maken. Terwijl ik juist iemand ben die het heerlijk vind om te praten. Ik kan urenlang bomen over de meest onzinnige onderwerpen. Als ik wakker word is het eerste wat ik doe praten, heel veel praten. Een echte waterval noemt mijn moeder mij. Ik schijn die wil om veel te praten van m’n oma te hebben geërfd. Mijn moeder verstaat mij altijd. Zij is gewend aan mijn manier van articuleren en kan die wazige brij tot iets verstaanbaars vertalen. Maar dat kan natuurlijk niet iedereen… helaas. Ik liep er zo tegenaan dat niemand mij verder verstond dat ik iets moest doen.

 

PRAKTIJK

Je kan het vergelijken met alsof je in het buitenland stug Nederlands blijft praten. In de praktijk kwam het erop neer dat ik niet eens een broodje kaas kon bestellen. Niet dat de bakker geen moeite deed om me te verstaan, maar ik kwam gewoon niet door. En die rij achter me bleef maar groeien. Ondanks het geduld van de bakker voelde ik me opgelaten en ongewenst. En dit is zomaar een random voorbeeld. Ik kan natuurlijk honderd van dit soort voorbeelden noemen. Vooral de ‘r’ is voor mij niet te doen. Ik krijg het niet voor elkaar, ook niet met tien jaar remedial teaching. Probeer maar een radijsjes te bestellen bij de groenteboer zonder de ‘r’ te kunnen uitspreken. Heb je enig idee hoeveel r’en er in onze taal zitten? Nou daar kom je wel achter als je het niet kan uitspreken.

 

WERKEN

Zoals je kan begrijpen is het heel lastig voor mij om een baan te vinden. Zodra ze me horen haken potentiële werkgevers af. Zelfs voor functies waarbij ik geen klanten te woord hoeft te staan. Tijdens zo’n gesprek zie ik dat ze hun tong afbijten om maar niet in lachen uit te barsten. Heel pijnlijk allemaal. En het erge is dat ik het ook nog wel kan begrijpen. Maar ik zit daar met m’n goede gedrag en wil heel graag aan de slag. Iets doen! En vooral mensen ontmoeten met wie ik een gezellig praatje kan maken. Ik zou m’n linkerarm geven voor een gezellig praatje bij het koffiezetapparaat op een kantoor. Dat is echt mijn droom. Mijn belevingswereld is natuurlijk erg klein, terwijl mijn ambitie, juist hierin, heel groot is. En werk zou voor mij al een heel groot stuk kunnen oppakken in mijn wil om onderdeel uit te maken van onze samenleving.